Geschiedenis van Tango 1 Smeltkroes van Cultuur

 

In het begin van de 19de eeuw werd Buenos Aires bevolkt door een kleine welgestelde elite, merendeel Europese kolonisten. Daarnaast waren er ook Indianen (die overal waren verdreven), veel nazaten van slaven uit Afrika (aan het begin van deze periode was 1/3 van de bevolking zwart) en de Compadres- nomadische Argentijnse cowboys (gaucho’s) zonder land die naar de stad waren getrokken.

Om het “nieuwe” welvarende land een nieuwe impuls te geven had men bedacht dat het goed zou zijn als er meer Europeanen naar Argentinië zouden komen. En men verleende een flinke subsidie om de overtocht te maken (zo’n tachtig procent van de overtocht werd betaald).

In groten getale werd hieraan gehoor gegeven. Op een populatie van 11 miljoen mensen ontving Argentinië tussen 1857 en 1940; 6.600.000 immigranten Ditzelfde gold overigens voor Uruguay; de beide landen weren overspoeld door immigranten uit Europa. Ook vanuit Nederland trok men naar de monding van de Rio de la Plata, een deel reisde door naar naar Brazilië en Uruguay en uiteindelijk zijn zo’ n achthonderd Nederlanders in Buenos Aires terechtgekomen.

 

Merendeel van deze Europese immigranten waren mannen. Maar velen waren niet van het soort waar men in Argentinië op gehoopt had. Het waren berooide en onderdrukte mensen die in Europa geen toekomst hadden en naar Zuid-Amerika waren gekomen in de hoop daar hun fortuin te maken.

Eenmaal aangekomen viel het vies tegen. Velen belandden onder erbarmelijke toestand in overvolle huurkazernes en om aan geld en eten te komen moest men concurreren met de aanwezige compadres en andere inwoners.

Aan de rand van de stad groeiden de sloppenwijken, de Arrabeles, die tevens een toevluchtsoord werden voor criminelen, pooiers en hoeren. Dit alles stond in groot contrast met de rijkdom van een kleine topelite in het centrum van de stad die zich, naar Europees voorbeeld, vermaakten met onder andere concerten en operettes.

In de armzalige atmosfeer van de buitenwijken van Buenos Aires en Montevideo ontstond uiteindelijk de Tango; een samensmelting van verschillende culturen die de teleurstelling over hun lot en hun harde leven met elkaar deelden. De muziek die ze maakten was ook een ware smeltkroes van candombe-ritmes uit Afrika, afro-spaanse habernera’s, walsen, mazurka’s, polka’s en Napolitaanse cantates uit Europa. Maar ook zien we invloed van de liederen van de rondtrekkende gaucho’s, een soort minstrelen. Deze muziek die we later de Tango noemen heeft nog niet de vorm die wij nu kennen; het is in dit prille stadium meer een soort milonga.

Leave a reply