Articles By admin

Geschiedenis van de Tango Tegenstanders van de Tango

 

Terwijl in de schemerwereld van caberet de tango wordt bejubeld…

is men in het conservatieve kamp er niet zo blij met deze exotische tango*.

Exotiseren kan de vorm aannemen van zowel idealiseren als demoniseren.

Kranten verspreidden het gerucht dat Queen Mary van Engeland en Victor Emanuel van Italië de tango van hun hofbals hadden geweerd. Ludwig van Beieren zou het zijn officieren verboden hebben de tango te dansen, zowel in uniform als privé. En bisschoppen deden de tango in de ban.

Le Temps (dit artikel hiernaast ) hielp het sprookje de wereld in dat zelfs de paus zijn afkeuring over de tango uitgesproken had, nadat een adellijk dans-paar deze voor hem had gedanst.


De oplossing wordt gevonden in het kuisen van de tango. Er begint zich aldus in Europa een stijl te ontwikkelen die bekend wordt onder de Europese tango. Deze dansstijl zien we terug in de tango van de ballroom. Deze lijkt in niets meer op de oorspronkelijke Argentijnse tango. Hieronder een afbeelding van een tangostap zonder armen, ontwikkeld door de  Castles; uit hun bestseller Modern Dancing uit 1914

 

Al snel ontstond er een wildgroei van verschillende tango’s en al in 1914 werd er geroepen dat de échte Argentijnse Tango behouden moet worden. **

In 1913 en 1914 werden er vele boeken gepubliceerd die nemen de tango te onderwijzen. Het boek Secrets of the Tango is geschreven door een Engelsman maar schijnt zijn passen van een Argentijn te hebben die in Londen woont, blijft nog het meest bij de bron.

 

En wat, vraag je je af vinden ze in Buenos Aires ervan wat ze met “hun” tango doen? Deze afbeelding, veschenen in een tijdschrigft in Buenos Aires spreekt boekdelen.

 

*Dit mooie tijdsbeeld heb ik niet van mezelf. Ik vond het in het boek XXXX . De eerste is een groepsfoto van een  cabaretgezelschap in Parijs. De andere groep keurde de tango af. Waaronder -natabene- een ambassadeur van Argentinie (woonachtig in Parijs) .

**Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Ook vandaag de dag is dit een ‘ hot topic’ Interview met Chicho in het debat Tango Nuevo  versus Traditionele Tango

Tango lessen

De Argentijnse Tango werd geboren in de straten van Buenos Aires, Argentinië, aan het eind van de negentiende eeuw. Binnen enkele decennia veroverde deze passievolle dans de hele wereld. Tegenwoordig kun je de tango dansen in alle grote wereldsteden, van Japan tot Istanbul, van Johannesburg tot New York. Ga nooit meer op reis zonder je tangoschoenen! De tango wordt gedanst door mensen van alle leeftijden uit alle lagen van de bevolking. Het is een improvisatiedans waarbij de een leidt en de ander volgt, in volkomen gelijkwaardigheid. Je kunt de passen zo moeilijk maken als je zelf wilt maar de basis is het lopen op de muziek, in harmonie met degene met wie je danst; het zogenaamde “caminar”. In onze lessen leer je de basis van het leiden en volgen en je leert een aantal combinaties, maar uiteindelijk kun je de tango vervolmaken door te oefenen, door kilometers te maken in de tangosalons, en door zelf te improviseren.

Maar wees gewaarschuwd, nadat je een paar maal in de salons hebt gedanst en nu en dan zowaar enige indruk hebt weten te maken, blijkt die onschuldige tango algauw een zeer verslavende uitwerking te hebben. Een onschuldig proeflesje mondt al snel uit in het compleet overhoop halen van je interieur om een paar passen te kunnen oefenen. Ook je garderobe wordt helemaal herzien. Voor je het weet ben je net zo gek van de tango als wij, en ben je veranderd in een echte “milonguero/milonguera” die minimaal twee avonden per week de plaatselijke salons bezoekt.

Geschiedenis van Tango 1 Smeltkroes van Cultuur

 

In het begin van de 19de eeuw werd Buenos Aires bevolkt door een kleine welgestelde elite, merendeel Europese kolonisten. Daarnaast waren er ook Indianen (die overal waren verdreven), veel nazaten van slaven uit Afrika (aan het begin van deze periode was 1/3 van de bevolking zwart) en de Compadres- nomadische Argentijnse cowboys (gaucho’s) zonder land die naar de stad waren getrokken.

Om het “nieuwe” welvarende land een nieuwe impuls te geven had men bedacht dat het goed zou zijn als er meer Europeanen naar Argentinië zouden komen. En men verleende een flinke subsidie om de overtocht te maken (zo’n tachtig procent van de overtocht werd betaald).

In groten getale werd hieraan gehoor gegeven. Op een populatie van 11 miljoen mensen ontving Argentinië tussen 1857 en 1940; 6.600.000 immigranten Ditzelfde gold overigens voor Uruguay; de beide landen weren overspoeld door immigranten uit Europa. Ook vanuit Nederland trok men naar de monding van de Rio de la Plata, een deel reisde door naar naar Brazilië en Uruguay en uiteindelijk zijn zo’ n achthonderd Nederlanders in Buenos Aires terechtgekomen.

 

Merendeel van deze Europese immigranten waren mannen. Maar velen waren niet van het soort waar men in Argentinië op gehoopt had. Het waren berooide en onderdrukte mensen die in Europa geen toekomst hadden en naar Zuid-Amerika waren gekomen in de hoop daar hun fortuin te maken.

Eenmaal aangekomen viel het vies tegen. Velen belandden onder erbarmelijke toestand in overvolle huurkazernes en om aan geld en eten te komen moest men concurreren met de aanwezige compadres en andere inwoners.

Aan de rand van de stad groeiden de sloppenwijken, de Arrabeles, die tevens een toevluchtsoord werden voor criminelen, pooiers en hoeren. Dit alles stond in groot contrast met de rijkdom van een kleine topelite in het centrum van de stad die zich, naar Europees voorbeeld, vermaakten met onder andere concerten en operettes.

In de armzalige atmosfeer van de buitenwijken van Buenos Aires en Montevideo ontstond uiteindelijk de Tango; een samensmelting van verschillende culturen die de teleurstelling over hun lot en hun harde leven met elkaar deelden. De muziek die ze maakten was ook een ware smeltkroes van candombe-ritmes uit Afrika, afro-spaanse habernera’s, walsen, mazurka’s, polka’s en Napolitaanse cantates uit Europa. Maar ook zien we invloed van de liederen van de rondtrekkende gaucho’s, een soort minstrelen. Deze muziek die we later de Tango noemen heeft nog niet de vorm die wij nu kennen; het is in dit prille stadium meer een soort milonga.

In de les bij Thomas en Inge

Het is even schrikken als we al meteen aan het begin van de les- niveau drie, nog een half uurtje samen met niveau twee- in het diepe van een Milonga worden gegooid. De dansruimte is door twee rijen stoelen tegenover elkaar verkleind tot de vloer binnen de pilaren. Waar we anders in een wijde kring omheen dansen en de binnenste circel voor de docenten laten, daar spelen we nu, zegt Inge dat dit een drukke salon is waar je maar beperkt plek hebt om te dansen en waar je voortdurend op moet letten dat je andere dansers niet omver loopt. Of alle mannen nu maar even aan de ene kant willen gaan zitten, en de dames aan de overkant, dan kan het spel van elkaar ten dans vragen beginnen. En natuurlijk niet de eigen partner, dat is te gemakkelijk.

O, okey. Maar hoe doen we dat dan? Gewoon maar zo’n beetje op goed geluk allemaal door elkaar naar de overkant lopen en een dame vragen? Nee dus. Eigenlijk, legt inge uit, begint het al bij binnenkomst in een salon. Je kijkt om je heen en je maakt al een keuze op het eerste gezicht, dan volg je gewoon de eerste indruk die iemand op je maakt waardoor je denkt: dat is misschien wel een fijne danser. Vaak is het ook ervaring, en mensen die elkaar al keennen weten natuurlijk wel zo ongeveer hoe de ander danst.

“Het leukste is”, vervolgt ze entoustiast “om gedurende de avond een paar keer van danspartner te wiselen. In alle salons is het zo dat er telkens vier tango’s worden gespeeld waarna een ander muziekje het teken is dat de heer zijn dame terug naar haar plaats brengt, en vervolgens kan iedereen weer iemand anders kiezen voor de volgende serie van vier. Natuurlijk kun je ook met je eigen partner blijven dansen, dat is helemaal niet verkeerd. Maar het kan ook heel leerzaam zijn om es met anderen de vloer op te gaan. Dat moet je wel durven natuurlijk. En dat gaan we in deze les nu oefenen. Het begint met naar elkaar kijken. Je zoekt elkaars ogen en als je die aan de overkant vindt, kun je door een klein knikje of juist door weg te kijken aangeven of je door die persoon wil worden uitgenogigd of niet”.

Een beetje schaapachtig volgen we haar aanwijzingen op, na eerst nog even onze verlegenheid weg te hebben gelachen en een vluchtige blik van verstandshouding te hebben gewisseld met onze eigen vertrouwde danspartner. Maar dan moeten we echt, er kan niet worden gesmokkeld. Het gaat wat stuntelig, maar gelukkig vindt iedereen voor de muziek weer start een partner en even later staan we allemaal met die onbekende dame of heer in een omhelzing, en daar gaan we. Zo, wat is dat anders dan met je eigen partner zeg! Volgt deze partner mij of doet ze zelfs maar waar ze zin in heeft? Geen idee wat deze heer nu wil, een ocho achter, of toch voor, en dit rare pasje, ik snap er niks van, dat figuurtje is zeker van een ander niveau, dat hebben we hier toch nog lang niet gehad? Voor we het weten is het nummer uit en heren brengen zowaar galant de dames terug naar hun plaatsen. Het hele spelletje begint van voren af aan. en het gaaat al beter nu. We krijgen er lol in. Toch wel heel leuk hoor, zomaar met iemand anders dansen. en inderdaad anders dan wanneer je in de les zo af en toe een plaatsje doorschuift. De dame bepaaalt hoe open of gesloten je met haar danst, en de muziek doet haar werk, het gaat al een paar maten heel erg goed zelfs, geweldig, dit is tango zoals het bedoeld is! Dan raken we er toch weer uit maar wat geeft het, zo leer je het wel, Inge heeft gelijk. Alweer algelopen dit nummer. Nog een keer?

Waar letten jullie nou op als je naar elkaar kijkt voor je besluit dat je met die persoon wilt dansen?” vraagt Inge ineens? Een gewetensvraag. “Ik kijk altijd naar iemands innerlijk” antwoord ik schijnheilig. Een beetje flauw, maar het legt wel de vinger op een zere plek. Hoe is dat eigenlijk in een echte salon, als er geen docenten zijn om het spelletje te sturen en je helemaal op jezelf bent aangewezen? Natuurlijk, als je met je eigen dansprtner bent is dat geen probleem. Maar als je aan de kant zit en neimand zoekt oogcontact met jou? wat dan? “Je moet wel het lef hebben jezelf zo te presenteren dat je iedereen duidelijk maakt: kom dans deze met mij” zegt Inge. “Het is wat dat betreft soms wel een battle. Maar let maar es op hoe je het verchil maakt, alleen al door je houding van hier ben ik, van trots en uitdagend om je heen kijken; maak een show van je aanwezigheid! Ik weet zeker dat alle dames hier dat wel in huis hebben. En voor de heren heb ik ook nog een tip: zorg ervoor dat je lekker ruikt. Neem gerust een exstra t-shirt mee, van dansen krijg je het nu eenmaal warm. Ontdek je eigen charme en ga ervoor!”

We praten er thuis nog lang over na. Waarom voelden we er ons toch wat ongemakkelijk bij? Waar komt die onzekerheid vandaan? Natuurlijk er spelen gevoelens van gene en jaloezie die ieder voor zich moet overwinnen. Maar er is nog iets. De paar keer dat we nu in salons zijn geweest is het ons opgevallendat er veel ons-kent-ons gedrag is. Logisch, want er komen ook al jaren dezelfde mensen. Zij leggen niet de drempel waar beginners blijkbaar niet makkelijk overgaan, hoe hard de docenten ook roepen dat je na een paar lessen best mee kan doen. Dat we stap zo moeilijk nemen is jammer. Want wat Inge ons probeert bij te brengen is geheel in lijn met de filosofie van de Academia, die stelt dat de salon een ontmoetingsplaats is waar iederee met iedereen kan dansne. Maar dan moet iedereen ook wel naar die salons gaan, stellen we vast. En niet alleen naar de les komen. En dat geldt dus ook voor ons.

Gerrit Hoogstraten maart 2016

Deze lesbeschrijving vanuit het standpunt van een beginnende danser werd geschreven in opdracht van Henk Oosterhof voor Academia de Tango